Zooals de maaiers 's avonds huiswaarts gaan,verzadigd krachtig, in het hoog gezagdes avonds met in 't oog vierkant de dagvan licht, waardoor zij zwaaiend zijn gegaan.Zoo ga ik ook, terwijl de groote maankogelend voortgaat langs de stroeven dagder nacht die 'k even koperhel òpzag,mijn armen en mijn hoofd zijn welberaan.Dit heb ik zóo en dit ook zóo gedaan,mijn beenen gaan nog rustig door het werk,mijn borst dringt voor, mijn oogen zien naar 't rusten.De slaap heeft breed zijn dommelende kusten,daar zal ik als op steenenblauwe zerkslapen, de schouders moe van 't hangend gaan.
Woorden voor een afscheid van het werk
Gedichten voor een pensioen
Voor een afscheidskaart of een speech bij een pensioen: regels over welverdiende rust, dankbaarheid en ouder worden, van Gorter, De Génestet, Gezelle, Bilderdijk en Bredero. Vrij te gebruiken, woord voor woord uit de bron.
De teksten staan in hun oorspronkelijke spelling (zoo, mensch, heemlen). Gezelle schreef in een Vlaams gekleurd Nederlands.
’k Heb aan tafel nooit gezetenZonder naar genoegen te eten.Nimmer greep ik in mijn tasch,Dat ik ganschlijk „platzak” was.Riep mij ’t zonnetje naar buiten,’k Had mij nimmer op te sluiten.En ’k heb nooit gewandeld, ofVoor een dichtje vond ik stof....Liedjes, vrijheid, geld en spijzen —Zou ik daarvoor God niet prijzen?
Hoe! zijn uwe oogjes nog vol vaak?Kijk uit, langs weî en akker,De bloempjes worden wakker,—Ontwaak, ontwaak, ontwaak!Ei, bloempjes! dat is mis geweest,Dat dien-je maar te weten!Wij hadden 't niet vergetenDat blijde, blijde feest.Neen, lang al zijn wij kant en klaar,Van 't hoofd tot aan de voeten,Om Meester-lief te groeten,Te groeten paar aan paar.En als ter school hij binnentreedt,Dan zullen wij met zangenEn versjes hem ontvangenVoor 't goed dat hij ons deed.Dan bidden we onzen Lieven Heer:"o Mogt uw gunst ons geven,Om hem tot vreugd te leven,En U, o God! tot eer!"
Dat mijn haar vergraauwt is een kleinigheid. Ik ben altijd eeven jong of eeven oud als de jongste en de oudste van dit dorp.
Rabindranath TagoreDe Hoovenier (fragment), 1916
Vertaald door Frederik van Eeden (1916)
Bekijk de bron
Vertaald door Frederik van Eeden (1916)
Bekijk de bron
Plant uw hof naar ’t u belieft,Bouw uw huis naar ’t u gerieft,En – door ’t venster – wijze guit,Lach dees’ zotte wereld uit.
Dat nieuwe is.... voor wie 't dragen kan!Gun mij den vrede, jonge man,Ik laat maar liefst die dingen rusten:Ik kwam op 't moeilijk pad van plichtDoor 't leven heen, bij 't oude LichtAl nader blauwen gindsche kusten!Een kort geduld.... en beter danGij hiér weet ik er 't fijne van !
Geen' heerdstêe nu,geen' kave, in 't dorp,of rook 'n laat ze puilenten avonde in,die nederdaalt.De vogels zijn gaan schuilen.Gaan schuilen nuook, meer als moe,gaan stillekens, benedenhun eigen dak,de menschen, methun afgewrochte leden.
Van wandel, van geweten rein,Van leden gaaf, gezond van brein,Met matigheid en vlijt gezegend,Voor dien is ’t dat het rozen regent!Diens grijsheid boet geen dolle vreugdVan de uitgelatenheid der jeugd;En geen herinn’ring aan ’t voorledenWreekt reeds vergeten spoorloosheden.Dien is de toekomst die hem wacht,Een uitzicht dat hem tegenlacht,En kracht geeft om de last der dagenMet kalmen moed en lust te dragen.
De regen houdt op — de zonGaat langzaam onder,De aarde, in die lichte bron,Lijkt wel een wonder!Aan wat lang geleden ísDenk ik geruster,Wat nog niet gestreden isZie ik bewuster.Het geurt in de schemering —Gij blinde buk: —Tusschen hoop en herinneringBloeit uw geluk!
Blijft nog lange, o oude bonke,staan daar, van den wulgentronke,staan en, bij den waterboord,dragen jonghout, immervoort!Wij zijn 't jonghout, die op de oudekoppen staan, wier menigvoudewortels uit den moederschoothalen ons het daaglijksch brood.
Garbrande, wilt ghy leven recht gerust?So lieft uyt liefd’ den lieven God met lust:Schuwt het misbruyck van d’algemeene lien,Die meer op elck als op haer selven sien.Wilt dat ghy meugt en wenscht geen sotten wens;Genoegh vernoeght den licht-vernoeghde Mens;Armoe van wil die salight het gemoedMeer als de vreck en rijcken overvloed.
Gy, Grijzaart die, na langgerekte dagenTe rug ziet op op afgelegden tocht,Wat zegt uw hart van de uitgestane plagen?Van bloem of vrucht, die u verkwikken mocht?Gevoelt ge nog, als toen ge in dartle sprongenDen weg vergat, en afgedwaalde uit het spoor?Of koelde u ’t bloed verdikt in hart en longen,En ziet ge u-zelf met meer bedaardheid door?
Wat ’s die Winteravond lang!Och wat valt het leven bang,Als men niet kan lanterfanten,Boekzaals lezen of kouranten,Wisk noch lamberlotten kent,En met Tijdschrift, Recensent,Let- of Las-ter-oefeningen,De eenzame uren moet verdringen!Wat verlang ik naar gesprek;Ja, als was ’t ook van een gek!
Ik heb lust in mijn lot,Ik heb rust in mijn God,En mijn strijdlust is: vrede des Heeren!Hoor! de westewind suist,En het korenveld ruischt ....Dat is Hij, die de oogst zal vermeeren.
Af en toe nieuwe teksten
We voegen regelmatig gedichten en verzamelingen toe. Laat je e-mailadres achter, dan laten we het je weten.
Vrijblijvend. Eén korte mail per nieuwe verzameling, verder niets.