Nu kunt gij veilig slapen gaan,Nu al de heemlen openstaan:Ziel, wier verlangen elken donkren wandIn ster aan ster doorzichtig brandt,En in de schoonheid van dit tijdlijk landAl minnen moet uw eeuwig lot,Daar uw verrukking uitziet totDen troon van God.
Kort en troostend
Korte teksten voor een rouwkaart
Korte gedichten en regels van hooguit acht regels, geschikt voor een rouwkaart, een bedankkaart na de uitvaart of een condoleance. Allemaal publiek domein: je mag ze laten drukken zonder toestemming te vragen.
De teksten staan in hun oorspronkelijke spelling (zoo, mensch, heemlen). Gezelle schreef in een Vlaams gekleurd Nederlands.
Och, wat miraaklen ons begeven,Voor 't ernstig zoekend hart — geen nood!Steeds blijven wondren meer verheven,Ontroerend, zinrijk, godlijk, groot;Ons prikklend naar omhoog te streven:Ziet, welk een wonder is het LevenEn wat mysterie is de Dood!
Slechts de gedachte aan hem, dien ons de dood onttoog,Blijft, voor wie hem bemint, bestaan.Wij willen zien, en zien de wolken aan,Doch zien zijn beeltnis niet omhoog.Dáár blinken starren, zacht, gelijk zijn oog....God mijner ziel! Neen, hij is niet vergaan:De ziel kan hem nog gadeslaan!
Zij was de brave vrouwe, erkend van alle lieden;zij sprak: De wille Gods in alles moet geschiedenoprechtelijk, en geen die in heur werken vondhet minste dat het woord heurs herten tegenstond.
God heeft u zwaar beproefd! – Ik weetEén troostgrond maar: dat Hij het deed.
Een stille, groote deugd, die de englen u benijden,De vrucht van ’t rijk geloof, een sieraad van den geest;Een reine lelie in de doornenkroon van ’t lijden;’t Geheimnisvolle kruid, dat iedre wond geneest!Een stille psalm der ziel, beproefd..... en trouw bevonden;’t Welluidendste gebed in ’t zalig Vaderhuis;Als Magdalena’s liefde, een losprijs veler zonden;Een glans om ’t Kristlijk hoofd, als blonk om Jezus kruis.
Ik wilde ik kon u iets geventot troost diep in uw leven,maar ik heb woorden alleen,namen, en dingen geen.
'k Worde elken dag geboren enik sterve op elken dag;de zonne gaat, en 't leven, mij,in vier-en-twintig stonden,van 't oosten naar het westen, eneen wonderlijk verdraghoudt alles, dat er in mij isen buiten mij, gebonden.
Mijn hert is als een blomgewas,dat, opengaande of toegeloken,de stralen van de zonne vangt,of kwijnt en pijnt en hangt gebroken!Mijn hert gelijkt het jeugdig groen,dat asemt in den dauw des morgens;maar zwakt, des avonds, moe geleefd,vol stof, vol weemoeds en vol zorgens!
Toen, zachtkens, ook voor mij, klonk door de stille drevenDie toon, waarbij het oog verwachtend opwaart ziet,Die englen-zegegroet, dat woord van eeuwig leven:„Vriend, die gij zoekt, die is hier niet!”
Af en toe nieuwe teksten
We voegen regelmatig gedichten en verzamelingen toe. Laat je e-mailadres achter, dan laten we het je weten.
Vrijblijvend. Eén korte mail per nieuwe verzameling, verder niets.