Woorden bij een afscheid

Gedichten voor een uitvaart

Klassieke gedichten om voor te lezen bij een uitvaart of af te drukken op een rouwkaart of in een liturgie. Van Guido Gezelle, P.C. Boutens, De Génestet en anderen. Elk gedicht is woord voor woord overgenomen uit een oude uitgave en mag je vrij gebruiken.

De teksten staan in hun oorspronkelijke spelling (zoo, mensch, heemlen). Gezelle schreef in een Vlaams gekleurd Nederlands.

20 teksten

Uitvaart & afscheid
Ik ben een blommeen bloeie voor uwe oogen,geweldig zonnelicht,dat, eeuwig onontaard,mij, nietig schepselken,in 't leven wilt gedoogenen, na dit leven, mijhet eeuwig leven spaart.Ik ben een blommeen doe des morgens open,des avonds toe mijn blad,om beurtelings, nadien,wanneer gij, zonne, zult,heropgestaan, mij nopen,te ontwaken nog eens ofmijn hoofd den slaap te biên.
Uitvaart & afscheid
Is 't mooglijk datgij, reken, die 'knu schrijve, langer levenen verder eensgeraken zultals die u heeft geschreven!Papier, gij leerteen lesse mij,die 't oorbaar is te weten:uw meester, alsge 'r gij nog zijt,zal lange al zijn vergeten!o! Hooger moetik rapen gaanom hope en troost te wervengeen sterven is 't,dat sterven heet:niet heel en zal ik sterven!
Guido GezelleNiet heel en zal ik sterven!, 1893
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Ik moet allichte entwat gaan doen,dat, dravensmoe en drillens,och arme, ik nooit en deed, en datik doen zal, willens nillens.o Heere, staat mij bij, en leertmij, herte en armen open,hetgeen Gij, op uw Kruise deedt,u nadoen, en toch hopen.Toch hopen dat, zoo Gij het grafontreest, ik ook, nadezen,de dood, die Ge overwonnen hebt,zal overwinnend wezen.
Uitvaart & afscheid
De dood is onbermhertig,ze velt al dat er staat;zijt één jaar, zijt er dertig,of honderd: als ze slaat,ge valt, en volgen moet gij;'t en helpt niet, is 't u leedverloren zalft en zoet gij,ge volgt al waar ze u leedt.o Bijster booze zaken,dat ik en weet wanneerde dood mij zal genaken,dien enkelen, eeuwigen keer,'k En weet niet hoe 't geraden,'k en weet niet hoe 't voorzien,'t vervroegen of verspaden:één wete ik, 't zal geschiên!
Guido GezelleDe dood is onbermhertig, 1893
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
‘t En is van uhiernederwaard,geschilderd ofgeschreven,mij, moederken,geen beeltenis,geen beeld van ugebleven.Geen teekening,geen lichtdrukmaal,geen beitelwerkvan steene,‘t en zij dat beeldin mij, dat gijgelaten hebt,alleene.
Uitvaart & afscheid
Lief, ik kan niet om hem weenenWaar hij stil en eenzaam ligtIn het schoon doorzichtig steenenMasker van zijn aangezichtDat de dingen er om henenMet zijn bleeke toorts belicht.Lief, ik kan geen tranen vindenAls mijn hart hem elders peist,Waar zijn ziel met de bemindeSterren van den avond rijstEn ons, dagelijks verblinden,Hooger wegen wijst.Naar de heemlen van de lage zodenStijg' de gouden offervlam!Wie kan weenen naar de vroeg vergodenDie de dood ons halen kwam? -Tranen, lief, zijn enkel voor de doodenDie het leven nam.
P.C. BoutensBij een doode, 1910
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Daar blijft een zegen dien de zielNog maar aan levens einder ziet:Daar zweeft een dauw die nimmer viel,In 't avondlijk verschiet:Vóordat de hemel guldt en roodtRijst uit het klare kimmediepHet zeil van die nabije bootDie nimmer binnenliep:O vreê waarvan de heete dorstAl koeler laaft dan aardschen bron,Ik weet, gij daalt niet in mijn borstDan met de laatste zon.
Uitvaart & afscheid
Nu kunt gij veilig slapen gaan,Nu al de heemlen openstaan:Ziel, wier verlangen elken donkren wandIn ster aan ster doorzichtig brandt,En in de schoonheid van dit tijdlijk landAl minnen moet uw eeuwig lot,Daar uw verrukking uitziet totDen troon van God.
P.C. BoutensSterrenhemel, 1910
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Waar rijst, uit twijfel, zonde en smart,Altijd, met diep gelooven,Een ongeloovig menschenhartWeer stille en rein, naar boven?’t Is bij het graf der vrome vrouw,Die ’t eerst ons hart bewaarde!Begraaft gij uwer moeder trouwToch met geen handvol aarde.Daar kan geen twijfel, die verleidt,Des harten drang verhinderenHet kinderoog ziet de eeuwigheidEn mannen worden kinderen.
Uitvaart & afscheid
Och, wat miraaklen ons begeven,Voor 't ernstig zoekend hart — geen nood!Steeds blijven wondren meer verheven,Ontroerend, zinrijk, godlijk, groot;Ons prikklend naar omhoog te streven:Ziet, welk een wonder is het LevenEn wat mysterie is de Dood!
P.A. de GénestetVerheven troost, 1877
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
’k Verliet het lieve vaderlandSlechts éénmaal in mijn leven,Maar vond geen heil aan ’t ZuiderstrandNoch in de schoonste dreven –Want zij was thuis gebleven.Nu zal ik nooit naar strand noch landMij weer op reis begevenJa, trek alleen aan Liefdes handOp reis naar ’t andre leven!
P.A. de GénestetEerste en laatste reis, 1877
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Zooals de maaiers 's avonds huiswaarts gaan,verzadigd krachtig, in het hoog gezagdes avonds met in 't oog vierkant de dagvan licht, waardoor zij zwaaiend zijn gegaan.Zoo ga ik ook, terwijl de groote maankogelend voortgaat langs de stroeven dagder nacht die 'k even koperhel òpzag,mijn armen en mijn hoofd zijn welberaan.Dit heb ik zóo en dit ook zóo gedaan,mijn beenen gaan nog rustig door het werk,mijn borst dringt voor, mijn oogen zien naar 't rusten.De slaap heeft breed zijn dommelende kusten,daar zal ik als op steenenblauwe zerkslapen, de schouders moe van 't hangend gaan.
Herman GorterZooals de maaiers 's avonds huiswaarts gaan, 1890
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Slechts de gedachte aan hem, dien ons de dood onttoog,Blijft, voor wie hem bemint, bestaan.Wij willen zien, en zien de wolken aan,Doch zien zijn beeltnis niet omhoog.Dáár blinken starren, zacht, gelijk zijn oog....God mijner ziel! Neen, hij is niet vergaan:De ziel kan hem nog gadeslaan!
Jacques PerkDooden-klacht, 1882
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
De jubelkroon,zoo frisch en schoonons om de kruin gewonden,heeft korts de dood,met felheid groot,gebroken en geschonden!Doch neen, ze'n kande kroone vande onsterflijkheid niet schenden,die ons te gaêrzal kroonen, waargeen blijdschap meer zal enden!
Guido GezelleDe jubelkroon, 1858
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Zij was de brave vrouwe, erkend van alle lieden;zij sprak: De wille Gods in alles moet geschiedenoprechtelijk, en geen die in heur werken vondhet minste dat het woord heurs herten tegenstond.
Guido GezelleZij was de brave vrouwe, 1858
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Voorbij is, eer het woord voluitmijn tonge ontsnapt, het veêrgefluitdes vogels, die is verre en wijdvan hier, bijkans in géénen tijd.Voorbij, zoo vaart het stoom getuigzijn vechtend vier- en vonkgespuigde schenen langs, éen stonde, en isverdwenen in de duisternis.Voorbij zoo loopt een schaduw langsde stappen meê mijns wandelgangs,dóór 't onafmeetbaar veld, dat ikontgroenen zie van stik tot stik.Voorbij, zoo valt een striepken licht,een valsterre, over 't aangezichtdes hemels, en 'k en zie daarvangeen speur, eer zesse ik tellen kan.Voorbij o God, u uitgespaard,gaat 't al voorbij en tendenwaard,gaat al dat is of was voorbij:Gij zijt alleene en blijft God, Gij!
Uitvaart & afscheid
Nimmer zal de ziel vergetenSchoone wereld waar zij leerdeWat gemis niet had gewetenDat zij de eeuwen lang begeerde:O te lachten, o te weenen,Zich in lach en tranen geven,Tot te lachen of te weenenWordt der lichte ziel om 't even:O te weenen, o te lachenTot de neevlen zijn doorschenen,En haar weenen wordt als lachen,En haar lachen is als weenen:Land van lachen en van schreienTot de stille dood haar strekte,Waar haar smart en haar verblijenAl de zuivere echo's wekte,Nimmer zal de ziel vergetenSchoone wereld waar zij leerdeWat zij zelf niet had gewetenDat zij de eeuwen lang begeerde.
Uitvaart & afscheid
Die ik het meest heb liefgehad, –’t Was niet de slanke bruid, met wie ik in ’t zoeter levenMocht dwalen op het duin en droomen in de dreven,Wier hand mij leidde op ’t rozenpad;’t Was niet de jonge en teedere vrouw,Die, goede genius, mijn hart, mijn huis bewaakte,Die mij het leven, ach, zoo licht en lieflijk maakte,Met al den rijkdom harer trouw!„Zoo was ’t de moeder van uw kroost,Die u, gelukkige, voor ’t offer veler smarte,Deed smaken, onvermengd, het reinst geluk van ’t harte,Des levens liefelijksten troost?”Neen! – die ik ’t meest heb liefgehad,Dat was mijn kranke; ’t was de moede, de uitgeteerde,Van wie ik leven beide en hopend sterven leerde,Toen ’k weenend aan haar sponde zat.
Uitvaart & afscheid
Toen, zachtkens, ook voor mij, klonk door de stille drevenDie toon, waarbij het oog verwachtend opwaart ziet,Die englen-zegegroet, dat woord van eeuwig leven:„Vriend, die gij zoekt, die is hier niet!”
P.A. de GénestetDe engel bij het graf, 1877
Bekijk de bron

12 van 20 teksten getoond

Af en toe nieuwe teksten

We voegen regelmatig gedichten en verzamelingen toe. Laat je e-mailadres achter, dan laten we het je weten.

Vrijblijvend. Eén korte mail per nieuwe verzameling, verder niets.

Maak er een kaart van

1080 × 1080 px, Instagram-post.

Gemaakt in je browser. De afbeelding vermeldt organictext.com; de woorden zijn publiek domein.